Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

         

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

Actualiteit

Filtering by Tag: Ondernemingen in moelijkheden

ONTWIKKELING VAN EEN CENTRAAL REGISTER SOLVABILITEIT

Emma Tamsin

U zal het reeds gemerkt hebben, minister van Justitie Koen Geens is het juridische landschap aan het hervormen (of doet toch een verwoede poging). Eén van de nieuwigheden in het verschiet betreft het faillissement.

Los van het feit dat het faillissement an sich aan een herwerking zal onderworpen worden − waarbij bvb. een ‘stil faillissement’ in het leven wordt geroepen, en er sprake is van een ‘precurator’ die discreet te werk kan gaan – ontdekt men ook steeds meer en meer de wondere wereld van de technologie.

Tussen curatoren, de Rechtbank van Koophandel, het Parket, de griffiers en de rechter-commissarissen kan er reeds enige tijd via een digitaal platform gehandeld worden. Dit verkleint de papierberg, spaart zeer veel verplaatsingen uit, en versnelt de communicatie tussen de verschillende actoren.

Tot op heden is de schuldeiser evenwel steeds uitgesloten geweest van dit platform.

Het nieuwe Centraal Register Solvabiliteit poogt daar verandering in te brengen. Dit platform vervangt het papieren faillissementsdossier door een elektronische versie. Hoewel de wet vooralsnog louter voorziet in een bron van akten en gegevens omtrent een faillissement, lijkt het erop dat een dergelijk platform snel uitgebreid kan worden naar een handige tool voor de verschillende gebruikers.

Het is enigszins onduidelijk in hoeverre de huidige aanbieders van dergelijke (reeds tussen rechtbanken en curatoren bestaande) platformen zich zullen verhouden tot het Centraal Register Solvabiliteit, doch het valt te vermoeden dat er minstens enkele bruggen zullen worden gelegd.

Van belang voor de schuldeisers is dat ook zij toegang zullen krijgen tot het platform. Zij zullen het verloop van het faillissement kunnen volgen (wat vermoedelijk met zich meebrengt dat zij bvb. de opeenvolgende Proces-Verbalen van nazicht van schuldvorderingen zullen kunnen inkijken), én zij zullen hun aangifte van schuldvordering digitaal kunnen indienen (zoals bvb. in Nederland ook het geval is).

Het spreekt voor zich dat dit de zaken normaal gezien zal vereenvoudigen, en een aardige tijdswinst zal opleveren.

Let wel, een dergelijk platform heeft uiteraard een prijskaartje, en iemand zal de rekening moeten betalen. Daarom wordt voorzien in een retributiesysteem, waarbij het bedrag van de retributie zal variëren naargelang de hoedanigheid van de partij die toegang wenst, de wijze waarop documenten worden neergelegd, en de omvang van het actief van het faillissement.

De schuldeiser zal dus een bepaald bedrag moeten betalen om zijn schuldvordering te kunnen indienen, alsook om het faillissement op te volgen. Ook de curator zal een ‘fee’ moeten betalen om het faillissement te beheren via een dergelijk platform (wat evenwel niet verschilt van de huidige situatie).

Wanneer dit platform actief zal zijn, is evenwel nog enigszins koffiedik kijken. De wet voorziet dat een koninklijk besluit de verdere details (vorm van het register, de toegang, de werking, de retributie,…) zal regelen, dus we zijn alvast in blijde verwachting…

ONDERNEMINGEN IN MOEILIJKHEDEN - DE "MINI WCO"

Emma Tamsin

Het gegeven van ‘de WCO’ is ondertussen in het ondernemingsleven een gekend begrip. Schuldeisers en schuldenaars zijn evenwel veel minder bekend met de bepalingen van de WCO-wet die genoegzaam als de ‘mini-WCO’ worden bestempeld.
De mini-WCO biedt de mogelijkheid aan een onderneming in moeilijkheden om een minnelijk akkoord te sluiten zijn schuldeisers. Maar waarom zou een onderneming hiervoor opteren?

Welnu:

- De inhoud van het akkoord is vrij.

De wet laat de partijen geheel vrij in de afspraken die zij onderling maken. Hoe de terugbetaling wordt geregeld, en hoeveel er wordt terugbetaald: u kan het volledig uitonderhandelen.

Of het akkoord zich beperkt tot louter afbetalingstermijnen, een bevriezing van de schuld met zich meebrengt, een heronderhandeling van een bestaand contract voorziet, u verzekert van toekomstige leveringen tegen contante betaling, dan wel een meer exotische regeling uitwerkt… zolang u een akkoord bereikt, kan het.

- Het is een buitengerechtelijk akkoord.

De overeenkomst die gesloten wordt, is niet onderworpen aan een rechterlijke toetsing. Waar een volwaardige WCO dient te worden gehomologeerd, heeft de mini-WCO uitwerking op het ogenblik dat u een akkoord bereikt.

- Het is een geheim akkoord.

Er dient geen publiciteit verleend te worden aan de overeenkomst. Niet alle schuldeisers moeten worden aangeschreven, waardoor ook niet plots alle partners verontrust worden.

- Het kan een beperkt akkoord zijn.

De wet voorziet louter dat er minstens twee schuldeisers dienen betrokken te zijn bij het akkoord. U kan uiteraard met meer partijen rond tafel gaan zitten, maar het moet niet.

Deze elementen zijn interessant vanuit het standpuntvan de schuldenaar, maar ook de schuldeisers kunnen een voordeel doen door mee te gaan in een mini-WCO. Hoewel een dergelijke mini-WCO doorgaans steeds tot gevolg heeft dat men een stuk van diens vordering zal moeten kwijtschelden, verzekert een schuldeiser zich wel van een deugdelijke betaling.

Het akkoord is immers beschermd tegen een navolgend faillissement

Op voorwaarde dat het akkoord werd neergelegd op de griffie zijn de handelingen die werden gesteld in uitvoering van een mini-WCO niet betwistbaar door de curator, ook wanneer zij in de ‘verdachte periode’ zouden vallen.
De betalingen die werden ontvangen door de schuldeisers, ook deze vlak voor het faillissement, kunnen dus niet worden teruggevorderd door de curator, ongeacht of deze betalingen zijn verricht in geld, waardepapieren of op een andere wijze, en – belangrijk – ongeacht of het over betalingen van niet-vervallen schulden gaat.
De enige beperking die hier speelt is bedrog. Wanneer de betalingen zijn ingegeven door een bedrieglijk oogmerk, dan zal een faillissementspauliana kunnen worden ingesteld.

De schuldeiser kan dus, mits enige toegevingen te verrichten, de samenloop die door een faillissement gecreëerd wordt ‘ontlopen’, of minstens de gevolgen ervan matigen, door diens vordering op voorhand reeds te verhalen op de schuldenaar, zonder dat de curator dit kan aanvechten.

Een dergelijk verhaal heeft natuurlijk ook een keerzijde.

- U kan geconfronteerd worden met een wederpartij die in een sterke onderhandelingspositie staat, waardoor u ‘gedwongen’ kan worden om mee te stappen in een bepaald verhaal.

De situaties waarbij een schuldeiser – bijvoorbeeld een belangrijke leverancier − dermate veel druk kan uitoefenen op een schuldenaar zijn niet ver te zoeken.

De enige ‘veiligheid’ die hier door de wet wordt ingebouwd, is dat er minstens twee schuldeisers moeten instemmen met de mini-WCO. De schuldeisers worden dus geacht een zekere sociale controle uit te oefenen op elkaar, zodat excessen worden vermeden…

- De gesprekken zullen op een gegeven ogenblik moeten worden opgestart, met alle gevolgen van dien.

Een schuldeiser die zich plots geconfronteerd ziet met het verzoek om een mini-WCO af te sluiten, zal mogelijks niet geneigd zijn om de bestaande samenwerking zomaar verder te zetten.

Zelfs al wordt er geen publiciteit verleend aan de vraag tot het afsluiten van een mini-WCO, dan nog zal men steeds minstens twee schuldeisers – en dan doorgaans belangrijke schuldeisers – moeten inlichten van het feit dat men in financiële problemen verkeert, of dat dit risico zich minstens voordoet.

- U kan geconfronteerd worden met een schuldenaar die een mini-WCO heeft afgesloten waar u niets van af wist.

Uw schuldenaar kan immers reeds verregaande betalingen hebben uitgevoerd aan andere schuldeisers, waardoor deze tot op zekere hoogte bevoordeeld werden. Men zal dan ook steeds alert moeten blijven.

Eén en ander komt dan ook steeds neer op het feit dat u goede contacten dient te onderhouden met uw partners. De mini-WCO is dan ook terug te brengen tot partners die een poging wensen te ondernemen om de bestaande relaties verder te zetten, en zo de continuïteit van de onderneming wensen te verzekeren.

De mini-WCO kan dan ook een nuttige tool zijn wanneer u als schuldeiser of als schuldenaar enige ‘zekerheden’ wenst in te bouwen.