De besloten voorbereiding van het faillissement
In Boek XX van het Wetboek Economisch Recht gaat een artikel 97 schuil - dat op zich, waarom ook niet, bestaat uit 6 delen 97/1 tot 97/6 - waarbij de besloten voorbereiding van het faillissement geregeld wordt.
Dit is een strikt vertrouwelijke procedure waarbij een onderneming te kennen geeft dat het faillissement onafwendbaar is, maar de ondernemingsrechtbank verzoekt om een periode van 30 dagen (maximaal te verlengen met 30 dagen) om - kort door de bocht- een doorstart uit te werken.
De procedure is er op gericht om (1) een zo hoog mogelijke verkoopprijs van de activiteit te genereren voor de schuldeisers; maar ook en minstens even belangrijk (2) de tewerkstelling zoveel als mogelijk te vrijwaren.
Om dit alles te bewerkstellingen worden door de ondernemingsrechtbank een beoogd curator (of curatoren) en een beoogd rechter-commissaris (or rechters-commissarissen) aangeduid die de onderhandelingen mee opvolgen.
Inderdaad, ‘opvolgen’ niet ‘voeren’ want de eigenlijke onderhandelingen rond de overname worden gevoerd door de onderneming zelf, waarbij de door de rechtbank aangestelde actoren de procedure opvolgen, toezicht houden op hetgeen plaats vindt (en beoordelen , maar zelf niet op de voorgrond treden en niet zomaar contact mogen opnemen met derden.
De bedoeling van dit alles is deze actoren toe te laten zich in te werken in de activiteit van de onderneming, zodat de overdracht zo snel mogelijk na datum van faillissement kan plaatsvinden, teneinde zoveel als mogelijk de waardevernietiging door het stilvallen van de activiteit te voorkomen.
Let wel, de geplogenheden van het faillissementsrecht zullen nog steeds toepassing vinden. Afhankelijk van het type onderneming, de aard van de activiteit, het al dan niet aanwezig zijn van onroerende goederen en dergelijke meer kan de effectieve overdracht enige tijd vergen; al zijn er oplossingen mogelijk om de activiteit zo vlot mogelijk en zonder onderbreking verder te zetten terwijl de overdracht verder achter de schermen afgehandeld wordt.
Als onderneming in moeilijkheden beschikt u dan ook over een bijkomende mogelijkheid om één en ander te organiseren, tussen het faillissement en de klassieke (en eerder publieke) reorganisatie in.